Verloren in vertaling #1:
Service level agreement

NEXT

donderdag 12 mei 2005

Vandaag heb ik de gelegenheid aan me voorbij laten gaan om een galia-meloen aan te schaffen voor 45 euro. Hoewel Japan populair het Land van de Rijzende Zon wordt genoemd, geef ik inmiddels de voorkeur aan de benaming 'Land van de Dure Meloen'. Maar ik wil dit verslag niet wijden aan de exorbitante prijzen die warenhuis Mitsukoshi rekent voor meloen (en grapefruit, druiven en ander fruit).

Noch wil ik het hebben over de veel besproken contrasten in de Japanse samenleving en de subtiele verschillen met Westerse landen Nederland. (Al is opmerkelijk te noemen dat de Japanse landbouwgebieden, met hun door grasgroene dijkjes omzoomde waterige rijstvelden, het exacte negatief vormen van de Nederlandse polders.)

Nee, mijn eerste verslag van deze reis gaat over het extreme niveau van dienstverlening van de Japanner. Hun manier van service is het best te begrijpen door het te beschrijven als een combinatie van de beste (of volgens sommige slechtste) elementen van de Nederlandse en Egyptische stijl. Japanners zijn evenzeer of misschien wel meer dan de Egyptenaren bereid om alles te doen wat je vraagt; met de Nederlanders hebben ze gemeen dat ze er absoluut niets voor willen krijgen. Niet alleen accepteren zelfs taxichauffeurs geen fooi; de drie mensen die achter elkaar hebben geprobeerd mij de weg naar het In-te-ne-tu-ka-fe te wijzen vonden zelfs mijn welgemeende dankwoorden al reden om beschroomd te kijken.

(Het lokaliseren van een Internet-cafe of andere gelegenheid gaat middels een vorm van driehoekspeiling. Eerst vroeg ik bij een van de vele Starbucks-vestigingen in het Ginza-district naar een Internet-cafe en werd een bepaalde richting uit gewezen. Toen ik drie blokken later nog steeds niets had gevonden stelde ik mijn vraag opnieuw - 'In-te-ne-tu-ka-fe wa doko des-ka?' - en kreeg een nieuwe richting. Na de derde keer bleek ik inderdaad op het kruispunt van de drie gewezen richtingen te moeten zijn.)

Mijn onvolprezen reisgenoot Jaap schept er genoegen in om de service-bereidheid tot het uiterste te testen. Gisteren bleek zijn triband-telefoon toch geen netwerk te kunnen vinden en zijn we het hoofdkantoor van Vodafone Japan binnengegaan om het probleem te laten oplossen. Natuurlijk is het hoofdkantoor niet gewend om eindgebruikers op bezoek te krijgen, laat staan om technische problemen op te lossen (en al helemaal niet uit Nederland). Desondanks werden we keurig ontvangen, in een deftige wachtkamer geplaatst, en middels een tolk te woord gestaan door een ijverige service-medewerker. Toen deze uiteindelijk niet in staat bleek het probleem te verhelpen, werden we getrakteerd op uitvoerige excuses... en het directe nummer van Vodafone Nederland. Alleen het tijdsverschil verhinderde dat de tolk zelf het Nederlandse callcenter belde om ons verder te helpen.

In restaurants worden we tegemoet getreden door groepen driftig buigende en vriendelijk glimlachende lieden die ons in een stroom rad Japans welkom heten (alleen het 'mas', de beleefdheidsvorm van de werkwoorden, versta ik). Overal knikt en glimlacht men. Eigenlijk is de vergelijking met Egypte en Nederland fout; het is de Amerikaanse manier van bedienen, maar dan zonder nep en shrink-wrap.

Later zal ik schrijven over het confronterende nationalistische museum in hartje Tokyo, waar de lof wordt gezongen van hun prestaties in WOII. Nu verstuur ik dit mailtje voor de computer het opgeeft, want mijn vorige poging (in bovengenoemd Internet-cafe) eindigde met een systeemcrash en het verlies van de hele tekst.

Tot de volgende keer!
Floris
 
NEXT