Verloren in vertaling #2:
Viswijven

BACK NEXT

zaterdag 14 mei 2005

Een fraaie illustratie van de bescheidenheid en beleefdheid van de Japanner in zijn communicatie met gasten is te vinden in het bordje naast de computer waarop ik dit tik (het is overigens ook een mooi voorbeeld van hun schattig-gebrekkige Engels, maar dat terzijde). Het derde punt op bedoeld bordje luidt: "Please do not reformat system or install a new software."

Het is dan ook merkwaardig dat de drie dingen die ik hier wil beschrijven eigenlijk maar een element gemeen hebben: alle betrokken Japanners schreeuwen als viswijven.

Op donderdagochtend hebben we de Yasukuni-schrijn en het bijbehorende museum bezichtigd. De schrijn herdenkt, en het museum illustreert, diegenen die in de loop van de geschiedenis zijn gevallen voor de verdediging van het grote keizerrijk Japan. En ik heb zelden zo'n schaamteloos vertoon van schreeuwend nationalisme gezien als in het Yasukuni-museum. Bij elk uitgestald item - van model-slagschepen en samurai-zwaarden tot een heuse kamikaze-torpedo - staat een uitgebreide uitleg in het Japans en een iets beknoptere, maar uitstekende vertaling. En in plaats van nu het hele museum te gaan beschrijven zal ik een aantal citaten uit die bordjes reproduceren.
"... sloeg de eerbiedwaardige generaal Isukoto toe op een wijze die de tegenstander in totale verwarring bracht..."
"... een overwinning voor het Grote Japanse Keizerrijk die de wereld met ontzag vervulde..."
"... sprak de Russische generaal zijn diepe dank uit voor de genade van de Japanse overwinnaar en zijn bewondering voor de strategische superioriteit..."
Ja, deze citaten verzin ik hier ter plekke, maar de stijl en toon beslist niet. In de versie van de geschiedenis die in dit museum wordt gepresenteerd, heeft Amerika Japan gedwongen om Pearl Harbor aan te vallen; is het aan Nederland zelf te wijten geweest dat Japan Indonesie innam; wilde Japan al in 1942 vrede sluiten maar weigerde Amerika; en worden inderdaad de Japanse wreedheden in Mantsoerije gebagatelliseerd. Een leerzaam maar schreeuwerig museum dus, maar vooral reden om mij af te vragen in hoeverre wij in het Westen iets dergelijks doen in onze historische musea. Ligt de waarheid dan toch in het midden?

Aan de andere kant hebben de Japanners ook wel dingen op nationalistisch apetrots op te zijn. Twee daarvan, gisteren en vandaag beleefd als accolades rondom een nacht van 5 uur slaap, gaan letterlijk gepaard met geschreeuw als van viswijven.

Gisteravond hebben wij de maaltijd gebruikt in een verrukkelijk schilderachtig en diep-Japans restaurant. De gasten zitten in dit restaurant rondom een robuuste u-vormige houten tafel. Het midden van deze tafel wordt gevormd door een uitstalling van verse groenten, vlees en vis waar La Place nog een punt aan kan zuigen. Achter deze watertandende uitstalling staan twee koks in de klederdracht van onschuldige slachtoffers uit vroege Kurosawa-films. De gasten mogen uit de hoorn des overvloeds die voor hen ligt bestellen wat ze klaargemaakt willen hebben. De ober die de bestelling opneemt - eveneens in wraparound Japans shirt met okseltouw en hoofdband - schreeuwt de bestelling vervolgens in het Japans rond, waarna alle andere obers en de twee koks het op even luide toon eenstemmig herhalen, gevolgd door een abrupt 'HAI!' ('JA!'). Vervolgens worden de gekozen produkten op onnavolgbare wijze verrukkelijk klaargemaakt en middels meterslange houten spatels aangereikt aan de gasten die het hadden besteld. Volgende week is eigenlijk mijn verjaardag en waren we van plan om extra speciaal te gaan eten; het eten was gisteren echter zo goed en zo fantastisch gepresenteerd dat ik heb besloten om dit jaar op de 13e jarig te zijn. Felicitaties graag!

In het algemeen wil ik bovendien dit zeggen over de kwaliteit van het Japanse eten: lekker, lekker, lekker, lekker, lekker, lekker, lekker, lekker, lekker, lekker, lekker, lekker, lekker, lekker, lekker, lekker, lekker, lekker, lekker, lekker, lekker, lekker, lekker, lekker, lekker, lekker, lekker, lekker, lekker, lekker, lekker, lekker, lekker, lekker, lekker, lekker, lekker, lekker, lekker, lekker... o ja, en ook nog kleefrijst gewikkeld in zoete omelet. Dat had niet gehoeven.

Na ons onnavolgbare diner gisteren hebben we ons in een karaoke-bar gewaagd en wie mij kent weet dat ik het natuurlijk niet heb kunnen laten om enkele van mijn favoriete liedjes ten gehore te brengen. Zingen voor publiek; een droom werd werkelijkheid. Maar was dat nu opluchting op de gezichten toen we eindelijk vertrokken?

We moesten immers niet al te laat op bed liggen, althans, dat gold voor mij. Vanmorgen rolde ik namelijk al om 5:15 uit bed, dit keer om een bezoek te brengen aan de echte viswijven - al zijn het allemaal mannen, daar op de Centrale Vismarkt van Tokyo. Merkwaardig genoeg is iedereen het erover eens dat deze Centrale Vismarkt, waar lang voor de dag kriekt in een groot gebied aan de havens een enorme hoeveelheid en verscheidenheid aan Pacifische vangst wordt geveild, de belangrijkste toeristische attractie van Tokyo is.

Na vanmorgen vind ik dat niet meer zo merkwaardig.

In grote hallen liggen massa's diepgevroren tonijn tezamen. Mannen in laarzen verzamelen zich langzaam rond een veilingmeester die door driftig bellen te kennen geeft dat hij van plan is te gaan veilen. Als er naar zijn smaak voldoende potentiele kopers zijn, begint de veiling. Het is een soort visafslag, maar in plaats van een groot wiel met wijzer heeft de veilingmeester alleen zijn stem. Schor brult hij luid en snel Japans, ongetwijfeld een beschrijving van de aangeboden tonijn - waar hij en zijn kopers tussen staan - en een voorzet voor de prijs. In rap tempo worden enkele tonijnen en ook wel hele partijen verkocht. Een assistent waart rond tussen de vissen en markeert de verkochte exemplaren door met rode verfkwast de Japanse karakters van de koper op de vis te schilderen. Middels stokken met gemene haken slepen de kopers hun tonijn naar de nabij geparkeerde handkarren. Ik heb een tenger mannetje van minstens 60 zien slepen met een eenvoudige handkar waarop acht grote tonijnen waren gestapeld.

De vis verdwijnt vervolgens in de wirwar van viskraampjes die de rest van het terrein beslaan. Hier worden de meest exotische zeevruchten te koop aangeboden, terwijl op de achtergrond de diepgevroren tonijn met lintzagen in handelbare hompen wordt verdeeld. Sommige kraampjes zijn generalist; anderen zijn gespecialiseerd in schelpen en schaaldieren, of in octopus, of in kleine vis, of in krab, kreeft en garnaal, of zelfs in delen van vis (ik heb met een combinatie van interesse en misselijkheid gekeken naar bakken vol tonijnlever). Het is een chaos van rondrijdende karretjes en ronddravende laarsmannen waar de vele toeristen nog aan bijdragen. Kleuren en geluiden zijn kakofonisch mooi. En het stinkt er niet eens zo erg.

Bij de vele sushi-bars aan de rand van het gebied staan al om half zes 's ochtends lange rijen. Zo vers krijg je het natuurlijk nergens...

Tot de volgende keer!
Floris
 
BACK NEXT