Verloren in vertaling #3:
Red de panda!

BACK NEXT

zondag 15 mei 2005

Vanmorgen in de Meiji-schrijn, gewijd aan Keizer Meiji, de vader van de 19e-eeuwse Meiji-restauratie, en zijn vrouw, regelde een dozijn wit-gehandschoende politie-agenten het voetgangersverkeer terwijl een processie van priesters en monniken van een zij-altaar naar de centrale schrijn schreden. De geestelijken gingen gekleed in een soort langbemouwd wegwerp-operatieshirt, met daaronder een kleurrijke rok. Op het hoofd droegen zij een naar achteren toe in een punt uitlopende hoge zwarte muts, alsof ze deel uitmaakten van het wielrenteam van de Engelse Bobbies.

Onder begeleiding van traditioneel trommelgeweld en atonale klaaglijke muziek doorliepen de geestelijken een complex en traag ritueel, terwijl om me heen de toeristen hun camera's lieten flitsen en Japanners me telkens deden opschrikken door tweemaal in hun handen te klappen alvorens een ceremoniele buiging te maken. Geld klaterde in de grote getraliede collectebakken. Een oase van rust en ceremonie in het mierennest Tokyo.

Niet alleen bij Meiji wordt alles zorgvuldig geregeld, veelal door wit-gehandschoende lieden. Toen ik op onze eerste dag langs een van de centrale verkeersader kwam, naderde ik een trottoirversmalling wegens werkzaamheden. Op die plek liep een bundel kabels dwars over de stoep, afgedekt met een oranje plastic brugje. Het geheel mat misschien anderhalve vierkante meter en was niet meer dan twintig centimeter hoog. Desondanks stonden er aan weerszijden geuniformeerde officials met van die verlengde oranje zaklampen de voetgangers te waarschuwen voor het obstakel.

En ook in het Yoyogi-park ten zuiden van de Meiji-tempel was alles goed geregeld. Dit park is min of meer het Vondelpark van Tokyo: picknickende families en vriendengroepen, volleybal, wandelaars, slapende daklozen en zelfs twee jongens met van die magische handzweefballen die David Bowie beroemd heeft gemaakt in de sprookjesfilm Labyrinth.

Yoyogi is een geliefde verzamelplaats voor wat ik alleen de nozems van Tokyo kan noemen - en die ouderwetse term gebruik ik met opzet. Bij de toegangspoort tot het park verzamelen zich elke zondag schoolmeisjes in een breed scala aan merkwaardige kostuums, van Gothic tot spijkerstof, leer tot kant, verpleegster tot vamp. Het zijn veelal kinderen die op school ernstig gepest worden en hun optreden in kostuum, inclusief buitensporige make-up, als uitlaatklep hebben.

Langs de zuidrand van het park stellen zich 's zondags kleine rockbandjes op die vanuit het achter hen geparkeerde busje punkrock-concertjes geven, het liefst tegelijk en binnen gehoorsafstand van elkaar. En net binnen het toegangshek, na de lange rij voedselkraampjes, groepen de echte Tokyo-rockers samen: jongeren met extreme vetkuiven, spijker- of leren broeken, leren jassen en robuuste schoenen die op meegebrachte rockmuziek headbangend dansen. Voor deze laatste groep wordt 's zondags door de parkoverheid keurig een plekje afgeperkt met rode pilonen.

Op de brede en zeer gezellige weg die van het park de stad in voert, trof ik een groepje van vier strak georganiseerde meisjes die als team de telefoonpalen schoonmaakten. En Jaap beschreef hoe een team van twee dozijn schoonmakers groepsgewijs dezelfde laan afdaalden om overal de kauwgom te verwijderen.

Overal is orde, organisatie, teamwork, discipline en gehoorzaamheid en zwerfvuil en graffiti zijn vrijwel onbekend. Het is een bizar gevoel om in zo'n nette en georganiseerde stad te zijn. Ik ben benieuwd hoe Kyoto morgen is.

Oh ja, ik heb ook de reuzenpanda's gezien in de Tokyo Zoo. Maar laten we het daar maar niet over hebben. Tragisch.

Tot de volgende keer!
Floris
 
BACK NEXT